Jeroentje kijkt hem met verschrikte ogen
aan. Dan
gaat zijn mond in een droevig boogje naar beneden
en komen er tranen in zijn ogen.
„Sssssht," zegtErilcgauw. „Nietjanken!"
Maar
Jeroentje kijkt hem steeds bedroefder aan.
„Stil nou maar, joh," zegt Erik dan. Het
klinkt iets
vriendelijker dan daarvoor.